Tempus ruminatum
steen op de maag
Chronologie
In den beginne schept God de hemel (Ouranos) en de aarde (Gaia). In die tijd is er nog geen tijd, die wordt pas na de middag geschapen. Ouranos en Gaia zijn een paar, en zoon Kronos begint de toekomst te vrezen. Uit voorzorg castreert hij zijn vader en verslindt zijn eigen kinderen. Zijn vrouw Rhea ziet ze met lede ogen verdwijnen in de gapende muil van haar echtgenoot en verzint een list. Ze voert hem een in doeken gewikkelde steen - de Omphalos - en verstopt haar pasgeboren zoon op het eiland Kreta. De jonge Zeus groeit op met een geit als zoogmoeder en oppas. De grot waar hij heeft gewoond wordt momenteel gerenoveerd en is tijdelijk gesloten voor publiek.
Op volwassen leeftijd ontmoet hij zijn vader en dwingt hem zijn vijf broers en zusters weer uit te braken, waarbij ook de steen mee naar buiten komt. Met een grote boog landt ze aan de zuidkust, tussen Mirtos en Makrigialos. Hierapytna wordt ze genoemd, heilige steen in oudgrieks. Er verrijst een stad die later door de Romeinen wordt omgedoopt in Ierapetra, met de klemtoon op de eerste a. De beginletter is een grote i.
Vaak wordt Kronos (kroon, corona) verward met Chronos (Χρόνος), de personificatie van de Tijd. De namen lijken op elkaar, en in latere antieke filosofie en renaissancekunst vloeien ze samen: Kronos als oude man met zeis of zandloper. Niet zo gek eigenlijk, want hij bemoeit zich met de tijd. Door de toekomst op te eten tracht hij haar tot staan te brengen. Tevergeefs, want uiteindelijk stoten hem zijn uitgebraakte kinderen van de troon, na een heftige Titanenstrijd onder aanvoering van zijn jongste zoon Zeus.
In Ierapetra gaat de tijd verder. Minoërs, Myceense Grieken, Doriërs, Romeinen, Byzantijnen, Arabieren, Venetianen en Ottomanen komen en gaan. Zou je de stad afbreken, dan kom je laag na laag de resten tegen, met helemaal onderaan de steen van Kronos. Boven de grond staan nog een Venetiaans fort en een Turkse moskee. De grote in 1856 gebouwde kerk van Sint Joris is net een uitdragerij: kitschige vergulde kroonluchters, felgekleurde iconen en notenhouten meubilair schreeuwen om de aandacht. In de hoeken blazen manshoge airco’s om de gelovigen het hoofd koel te houden. Een onthutsend verschil met de kale muren van de Maranathakerk uit mijn jeugd.
Geregeld rijd ik de veertien kilometer over de kustweg in oostelijke richting. Spijkers, schroeven en kraanleertjes krijg je hier niet in Mirtos. Hollandse kaas en Perla espressobonen koop ik bij AB (alfavita), onderdeel van Ahold Delhaize, waar ook Albert Heijn deel van uitmaakt. De Lidl bezoek ik voornamelijk voor de chocolade, want ik ben een grootverbruiker. Met een beetje zoeken vind ik oude winkeltjes en werkplaatsen, die me herinneren aan de plekken die ik zestig jaar geleden met Vader bezocht. Wegkomen zonder een praatje is er niet bij.
Wat eens de toekomst was, is nu verleden tijd. Soms braakt de bodem een herinnering uit: op de plek waar de verkeerstoren voor de nieuwe luchthaven te Arkalochori is gepland, komt een Minoïsch bouwwerk naar boven, dat dienst heeft gedaan als communicatiemiddel. Net als in The Lord of the Rings1 werd bovenop een vuur gebrand dat op grote afstand kon worden waargenomen. Wederom is de opleverdatum een jaar verder opgeschoven.
Kronos braakte zijn kinderen uit in omgekeerde volgorde: de steen als eerste, daarna Poseidon, Hades, Hera, Demeter en Hestia. Zeus huwde de middelste, zijn zuster Hera. Van huwelijkse trouw was echter weinig sprake. Hij lag met godinnen, halfgodinnen en sterfelijken, talrijke nakomelingen verwekkend waarvan enkelen nog een rol spelen in mijn epos. Ik noem Aphrodite, de godin van de liefde, Apollon, de god van muziek, profetie, geneeskunst en de zon, Ares, de god van de oorlog, Hermes, de god van de posterijen. En de Muzen natuurlijk. Dionysos, god van wijn, feesten en extase, manifesteert zich met tussenpozen.
Wat mij het zwaarst op de maag ligt moet nog komen. Ik laat het nog even rommelen, teneinde mijn tijd te besteden aan het opboeren van lichtere oprispingen. De strikte tijdlijn die ik tot nog toe hanteerde zal ik vanaf heden verlaten. Gedachten, herinneringen en associaties laten zich niet dwingen in een kronologische volgorde. Als bonus, en als voorproefje van mijn voorgenomen randomness, een luchtige herinnering uit 1979:
Ria Winkels
Op de Dag des Heren is het bij ons verboden inkopen te doen van welke aard dan ook. Op deze dagen komt het veelvuldig voor dat er nog een extra kratje Grolsch bij moet. Wij kunnen dan terecht bij Koster Winkels. Hij baat het zalencomplex uit achter de Geref. kerk behoud. art 31 K.O. “De Kandelaar" aan de Oude Molenstraat, waarvoor hij uiteraard een horecalicentie heeft. Hij toont zich bereid ons op de zondagen uit de brand te helpen, vermits wij op maandag komen betalen.
Deze koster nu heeft een ruime keuze aan struise dochters, waarvan Ria ongeveer mijn leeftijd heeft. Mijn knagend verlangen naar lichamelijke liefde doet mij besluiten het met dit meisje aan te leggen. Ze heeft de juiste curves, ze kan een gesprek op niveau voeren en ze ziet mij wel zitten. En eerlijk gezegd, voor mij begint de tijd te dringen.
De kosterswoning is onderdeel van de in 1876 gebouwde kerk, en het slaapkamertje van Ria grenst aan het gebedshuis. Boven haar comfortabele tweepersoons ledikant bevindt zich de achterkant van het liedbord, waarop de in de liturgie te zingen psalmen en gezangen met verwisselbare letters en cijfers staan vermeld. Het bord scharniert naar binnen open, om het zodoende vanuit Ria’s kamertje opnieuw te kunnen inrichten. Door de opening hebben wij van boven een fraai zicht op het interieur, waar reeds het kerkvolk begint plaats te nemen. Vader Winkels is druk aan het werk en zal ons voorlopig niet komen storen.
En het is op deze gewijde locatie, alvorens het “Zingt nu blij te moê2” zal weerklinken uit duizend gelovige kelen aan de andere zijde van de muur, dat wij op korte afstand van het spreekgestoelte onwennig elkanders anatomie beginnen te verkennen. Of het de religieuze sfeer is, mijn angst voor het onbekende of mijn Chr. opvoeding, zulks is moeilijk te zeggen, maar tot het volvoeren van de ultieme daad komt het niet. Voor het zingen een aanvang neemt heeft Elvis het pand verlaten.
Lighting of the Beacons
Psalm 81 : 1
Zingt nu blij te moê
't Machtig Opperwezen
Enen lofzang toe;
Om ons heilgenot
Worde Jacobs God
Met gejuich geprezen.


