Pater ludens, vita docens
zwaar effect
Mijn vrienden woonden allen in luxe koopwoningen, vrijstaand of twee-onder-een-kap met garage, in de badkamer voorzien van een tweede toilet en een bidet, waarin ze zich onwetend de voeten wasten. Bij de familie Planjer zag ik voor het eerst een kleurentelevisie, die ook nog eens op afstand bediend kon worden. Onze huurwoning, al stond ze op de hoek van het rijtje, stak daar mager bij af. Toch kwamen ze het liefst bij ons over de vloer, en dat was vooral Vaders verdienste. Bij ons geen vier flesjes Bavaria in de koelkast, maar gestapelde kratten Grolsch in de kelder. “Dan houd ik ze tenminste uit de goddeloze kroegen,” was zijn officiële lezing, maar in wezen was hij vooral een gezelschapsmens, die met volle teugen genoot van de aanwezigheid van de jongens.
Zijn werk als penitentiair medewerker - later genoemd bejegeningsambtenaar - bestond voor een groot deel uit begeleiding van gedetineerden bij hun dagbesteding. Van vrije tijd kan men natuurlijk moeilijk spreken bij langgestraften. Er werd voornamelijk gedamd, gebiljart en getafeltennist. In al deze disciplines was hij een meester, tot frustratie van vele gevangenen. Thuis was hij gaarne bereid zijn kinderen en hun vrienden te laten delen in zijn passies. Met aandacht en geduld leerde hij ons de fijne kneepjes.
“Damslag gaat voor meerslag, en aanraken is zetten” waren de paradigmata die mij, direct na de Tien Geboden, door Vader werden bijgebracht. Als kleine jongen zat ik al tegenover hem aan tafel, gebogen over het Homas1-dambord met zijn honderd velden van twee kleuren hardhoutfineer, speurend naar openingen in de stelling. “Aanschuiven en dichthouden” was er nog zo een. Van de zwarte brikken waren er twee zoek; bij aanvang van de partij dienden grote knopen als vervangers. Ik leerde patronen herkennen – en hoe je ze kunt doorbreken. Pas na mijn vijftigste paste ik die kennis toe in mijn eigen leven.
Getafeltennist werd er ook, aanvankelijk op de uitschuiftafel in de achterkamer, in het midden voorzien van een ingekort netje dat met wasknijpers op zijn plek werd gehouden. Goedmoedig verlaagde Vader zich tot dit niveau, maar heimelijk verlangde hij naar de professionele spullen op zijn werk. Toen de opgroeiende jeugd zich begon aan te dienen, schafte hij zich een wedstrijdformaat tennistafel aan: een donkergroen gelamineerd speelveld van 2,74 meter lang en 1,525 meter breed, rustend op een metalen onderstel. In twee helften opklapbaar vond het gevaarte zijn plaats achter het wandmeubel, dat hiervoor twintig centimeter naar voren kwam. Uitgeklapt was het een ander verhaal: net als bij onze legendarische Super8 filmavonden moest de huiskamer compleet worden verbouwd. De eettafel kon blijven staan, want ze paste precies onder de 76 cm hoge contraptie. Bank en fauteuils werden tegen ramen en wanden geschoven, de lamp met de vijf peren werd middels een eindje touw zo hoog mogelijk opgebonden. Moeder en Opoe werden verbannen naar de hoeken van de kamer, waar ze onverstoord hun breiwerk voortzetten.
Wij hielden competities die de hele avond duurden. Daarbij gaf hij de jongelui stuk voor stuk aan de kont, zoals hij dat noemde. Lage ballen retourneerde hij met een felle backspin, zijn batje haast onder de tafel. Lukte het ons de bal terug te slaan, dan werden we afgemaakt met een smash die onmogelijk was te keren. Aldus liet hij ons zweten, rennen en snakken naar lucht, zonder zichzelf veel te vermoeien.
Om half tien knalden we de Grolsch-beugelflesjes open, en schonk Vader zich een klein heldertje in. Bij het tweede biertje verschenen de Hollandse mezedes: twee, soms drie blikken cocktailworstjes, snel in een pannetje opgewarmd en opgediend met mosterd en tomatenketchup. Een welkome snack voor de afgepeigerde jeugdigen, die op een rij stoelen tegen de muur zaten bij te komen tot ze weer aan de beurt waren.
Tegen twaalven ging iedereen weer op huis aan – wat voor de meesten inhield dat ze alsnog de kroeg indoken. Tenminste had Vader bereikt dat het stappen met een paar uurtjes was bekort.
De wedstrijdtafel werd uiteindelijk gedoneerd aan de Tweede Gereformeerde Basisschool – inmiddels verhuisd naar de Vivaldilaan en omgedoopt tot De Cirkel – waar onze competities in de avonduren een vervolg kregen. Met meer ruimte rondom kwam Vaders spel daar nog beter tot zijn recht: liefst stond hij twee meter van de tafel om het balletje haast van de vloer te scheppen, het een effect meegevend waarop geen mens een antwoord had.
Achter het wandmeubel te huize Eilers was nu plaats gekomen voor zijn derde liefhebberij: het biljart. Een klein model - twee bij één meter - dat met enige moeite diagonaal door de kamerdeur het huis in was gemanoeuvreerd. Voor mij was dat een verademing. Het tafeltennis had mij op de grens van mijn kunnen gebracht. Mijn grove motoriek was die van een nerd, en van kindsbeen af had ik nooit gevoetbald. Slechts een overmaat aan training bracht mij op een niveau waarop ik het balletje tenminste kon raken. Het biljarten vereiste geen snelle reflexen, geen hollen of springen. Men kon over elke stoot rustig nadenken, op een bijna wetenschappelijke manier. Ook de alcohol had er minder vat op: in veel cafés stond in die dagen een biljart, waarop wij regelmatig een balletje trokken.
Jaren later speelde ik tafeltennis in competitieverband. Gedurende het seizoen stonden we dan elke week tegenover een team uit een andere bedrijfstak. De leukste avonden waren die bij CeWaCo, voorheen de sociale werkvoorziening. Veel van de langdurig werkzoekenden waren ex-gedetineerden. Als zoon van bewaarder Eilers werd ik door deze jongens met respect bejegend. Zelfs werd mij een “eerlijke fiets” aangeboden tijdens een gesprek van rijwieltechnische aard. Over Vader hoorde ik niets dan lof. “Opa” werd hij genoemd in de jaren voor zijn pensioen en hij had van allen het hart gestolen. Zijn christelijke geloof had hij daarbij niet onder stoelen of banken gestoken als er eens gevloekt werd. Hij liet het echter niet bij woorden alleen. In navolging van Jezus Christus bracht hij het in de praktijk, door zijn liefde voor alle mensen. Een inclusiviteit die ik nog immer tracht na te streven. Lukt het eens niet, dan helpt mij zijn nagedachtenis.




Prachtig!! Hij werd trouwens door de gevangenen papa genoemd.