Morbus puerilis
gaan met die banaan
“Humour is the affectionate communication of insight.” — Leo Rosten
op de nieren
Dezelfde nierziekte die mijn dappere broer Jacob trof tijdens zijn vijfde levensjaar manifesteerde zich bij mijzelf toen ik de zesjarige leeftijd bereikte. Ik werd opgenomen voor een periode van drie maanden op de in 1953 gebouwde kinderafdeling van het oude Wilhelmina Ziekenhuis aan de Oosterhoutstraat 9. Ik lag op een zaal met vijf andere kinderen die leden aan vergelijkbare aandoeningen. Drie maal daags werden mij injecties met antibiotica toegediend. Er werd een rigide regime gehanteerd: alleen de ouders mochten het kind bezoeken. Mijn gezwisters stonden buiten voor het raam te zwaaien, soms met tranen in de ogen. Zelf onderging ik mijn lot lijdzaam en berustend.
Later werd ik een flegmaticus genoemd, een term afkomstig uit de humorenleer van Hippocrates. Hij verdeelde de mensheid onder in vier persoonlijkheidstypes, waarvan de andere drie waren: de cholericus, de sanguinicus en de melancholicus. Waar zit hem dan de humor, hoor ik u al hardop denken. Welnu, de vier humoren zijn de vier vloeistoffen gal (cholé) in de smaken geel en zwart, bloed (sanguis) en slijm (phlegma). De huidige betekenis van het woord kwam pas na de middeleeuwen in zwang. Men mag mij dus gerust een slijmerd noemen, vanwege mijn humor. Hier enige aspecten en kenmerken:
Zo ik al emoties had, liet ik die aan niemand zien. Kalm en onverstoorbaar volgde ik de gang van zaken op zaal, met zijn dagelijkse vaste patronen. Traag wachtte ik af tot de zusters de thermometers kwamen zetten, bloedprikten, de injecties toedienden en het eten brachten. Mijn houding tegenover de anderen was vreedzaam, stabiel en soms introvert. Bij het vierde aspect vertoont zich een kenmerkend abbereren.
bananen
Mijn ouders kwamen mij dagelijks bezoeken en brachten altijd iets mee. Veelal een stuk speelgoed of een kinderboek, maar op zekere dag een grote tros bananen, mijn favoriete fruit. In die dagen waren ze niet zo algemeen verkrijgbaar en goedkoop als tegenwoordig, en in mijn smalle inborst streden dankbaarheid en liefde om voorrang ten aanzien van de grootmoedigheid mijner beide ouders.
Nu was het regel en gewoonte, dat alle aangeboden fruit door de zusters werd ingenomen, om het des anderen daags onder alle patiëntjes te verdelen. Ofschoon ik begrip kon opbrengen voor deze rechtvaardige verdeling, die immers ook de minder fortuinlijken onder ons deelachtig deed worden in de gemeenschappelijke overvloed, was er een grens aan mijn sociaal vermogen. Waren het appelen, peren, pruimedanten of aardbeziën geweest, met alle liefde had ik ze afgestaan. Daar het hier mijn geliefkoosde gunsteling onder de fruitsoorten betrof, zou ik mij deze in geen geval laten afnemen. Reeds vertoonden de gele rakkers kleine bruine stippen op de schil, hetgeen erop wees, dat ze op het hoogtepunt van rijpheid verkeerden.
In de korte tijdspanne tussen het bezoekuur en het moment dat de zusters hun opwachting plachten te maken, consumeerde ik zoveel van de verboden vruchten, dat mijn buik er zeer van deed. Met de schillen en de overgebleven bananen onder de dekens verstopt, sliep ik des nachts de slaap der onschuldigen.
Bij het krieken van de dageraad mijn dek openend voor het inbrengen van de thermometer, zag zich de zuster met toenemende ontzetting en luid misbaar de ravage aan, die tussen mijn lakens was ontstaan. In de warme omgeving had mijn nachtelijk woelen ertoe geleid, dat het kostelijke fruit was veranderd in een glibberig slijm, een phlegma dat zich tot in mijn onderbroek had verspreid. Natuurlijk had ik een ernstige overtreding der huisregels begaan, die de zusters ook nog een hoop extra werk bezorgde. Toch kwam ik er nog goed vanaf, wellicht door het humorale aspect van mijn wandaad.
remmen los
In het belendende ledikant kwam een jongen te liggen, die voor deze drie maanden mijn vriend zou worden. Hij was afkomstig uit het dorp Elim nabij Hoogeveen, alwaar zijn vader een varkenshouderij bedreef. Ons beider ouderparen raakten al spoedig aan de praat tijdens de dagelijkse bezoekuren, en het spreekt wel vanzelf dat wij veel tijd met elkander doorbrachten: namelijk alle dagen en nachten.
Het waren met name de nachten, die ons veel plezier verschaften. Is men immers doorlopend aan het bed gekluisterd, dan kan het weleens moeilijk worden de slaap te vatten op de voorgeschreven tijden. Van kinds af aan inventief, oplossingsgericht en out-of-the-box denkend, verzon ik weldra een manier om ons zelven des nachts aangenaam te verpozen.
Mijn vriend Jan Dijkema had een doos met Sio Montage, een soort oversized houten Meccano. Zelf was ik meer van de Lego, maar daarvan waren de onderdelen te klein voor mijn snode plan. Ik verzocht hem derhalve de doos in mijn bed te gooien. Wij lagen in Standaard Hospitaalbedden Voor Het Kind, ijzeren ledikanten rondom voorzien van spijlen. Ter linker- en rechterzijde konden deze worden neergelaten, en aan hoofd- en voeteneind waren houten borden gemonteerd. De vier hoge witgemoffelde poten eindigden in geruisloze zwenkwielen met luchtbanden, die afzonderlijk werden geremd.
Het waren deze remmen die ik trachtte te bereiken. Behoudens in gevallen van uitslaande brand en gas- of atoomaanvallen, was het ons ten strengste verboden de ledikanten te verlaten, en onze zesjarige armen waren eenduidig van te geringe lengte om de remblokken te kunnen ontspannen, zelfs tussen de spijlen door naar beneden reikend. Enige prototypes later was mijn constructie gereed: een werkend model van Jurries Remmerij Bediening op Afstand, waarmede wij ons fluks bevrijdden van alle beperkende frictie, om ons vrolijk en vrijelijk door de zaal te kunnen bewegen, ons afzettend tegen de muur, tegen elkaar en tegen de overige vier bedden.
Vervuld van een gevoel van vrijheid en anarchie, doodstil schaterend, zweefden we op kogellagers kriskras over het gewreven linoleum - als astronauten in Platland: gewichtloos in twee dimensies. De armzalige twee vierkante meters van ons bestaan dijden uit tot een oneindig uitspansel, waarin de bedden veranderden in ruimteschepen met spijlen. Al was het in een razend tempo door de opwinding, onze hartjes klopten synchroon en in fase, elkaar versterkend tot ze bonkten in de oren, de tam-tam van de euforie, een house-beat die nog niet geboren was. Het was een high zonder middelengebruik, een gezamenlijk braingasm van zesjarigen; de extase van een kind.
Ongelijk de wet van Mozes waren de ziekenhuisregels niet in steen gebeiteld. Men kon ze verbuigen, ontwijken en zelfs totaal negeren. In het neuroplastiek van mijn zesjarig kinderbrein vormden zich nieuwe kronkelige paden. Waarheen ze zouden leiden, wist toen nog God alleen. Maar nu weet ik het ook. Stay tuned, zou ik zeggen. En houdt uw humoren in balans.
p.s. plakboek
Bij het ziekenhuis, maar ook thuis kwamen dagelijks de ansichtkaarten binnen, beschreven met wensen en zegeningen van volstrekt onbekende lieden. Mijn lieve zus Jannie begon ze te verzamelen in een plakboek. Van de ernst van mijn ziekte heb ik nooit iets begrepen, maar er was voldoende grond om mijn naam van de kansel af te roepen op de zondagen, met de aansporing om voor mij te bidden. Ook kwam er een vermelding in het Nederlands Dagblad - Gereformeerd Gezinsblad met naam, toenaam en postadres. Wellicht heeft lieve zus Jannie het album nog ergens liggen. Ze staat erom bekend dat ze alles bewaart.



