Arbor cognitionis
tamarisk
naar Mirtos
Op 23 mei 2012 vertrek ik weer met het Nederlands Raki Genootschap richting Kreta. Niet om raki te drinken deze keer. Samen met therapeut Peter Simons heb ik besloten het drinken voor een jaar te laten, vanaf het moment dat ik alleen kom te wonen. Dit ter regeneratie van de lever en om de hersenen klaarheid te verschaffen. Het vangt aan op 13 maart 2012, en eindigt op 15 maart 2013. Een jubeljaar in alle opzichten.
Aanwezig zijn: Marijke Naaktgeboren†, Jaap van de Gevel, Cellina Brouwer, Jan Tent, Marjolein van Ewijk, Hans Kloens, Boris Waalboer en ik. De voorlaatste twee zijn gesponsord door Jan, die nog eens met het complete orkest naar Mirtos wil.
Zoals te doen gebruikelijk nemen wij onze intrek in Villa Mertiza, alwaar we met liefde en aandacht worden binnengehaald door Dick en Siemon, en nog een derde persoon. Voor het eerst bezie ik deze dame met mijn nieuwe, gelouterde ogen en onvertroebelde blik. Haar vriendelijk gelaat en kloeke gestalte zijn mij terstond welgevallig, doch thans kijk ik dieper, tot in de ziel van de mens.
“Hoe gaat het?", vraagt ze mij, maar het is geen vraag uit beleefdheid. De hele winter heb ik immers in mijn neerslachtigheid, soms door de whiskey geholpen, het ene na het andere zwaarmoedige bericht op FaceBook geplaatst. Daar zij zich een jaar eerder bevriend heeft met de hele Kompania, zijn haar mijn pathetische litanieën niet ontgaan. Zij heeft begrepen dat ik een moeilijke periode achter de rug heb. Achter de drie eenvoudige woorden schuilen waarachtige interesse en compassie.
“Ja, een stuk beter, dankjewel!” weet ik nog te stamelen, mij schielijk naar mijn kamer spoedend. Ik ben namelijk door de bliksem getroffen. Vele alleenstaande vrouwen van mijn leeftijd heb ik in deze korte tijd alweer geteld, gewogen, en te licht bevonden. Allen zijn ze meer van hetzelfde. Gebakken wind, de mond vol tralala, de rugzak gevuld met onverwerkte traumata. In mij is zelfs het voornemen gegroeid hetzij alleen te blijven, dan wel om het desnoods met een man te proberen. Nu verschuift wederom mijn perspectief. Deze vrouw is anders, haar ziel is zuiver en oprecht. De vonken zijn overgesprongen en veroorzaken een sinds lang niet meer gevoelde sensatie in de maagstreek. Ik wil haar kennenlernen.
Angela Panagopoulou
Al vanaf 2004 kruisen zich onze wegen tijdens mijn bezoeken aan het eiland. Nimmer is er sprake geweest van enige interactie. Thans komt het mij voor, dat ik haar nooit werkelijk Gezien heb. Ik wens vurig, nader met haar in contact te treden.
Van mijn lieve broertje Johan heb ik geleerd: als je een vis wilt vangen, moet je deze eerst voeren. Zij is aanwezig bij al onze optredens, altijd alleen aan een tafeltje gezeten. Kijkt ze mijn kant op, dan kijk ik terug en zo lang mogelijk niet weg. Later vertelt ze mij, dat mijn ogen als sterren hebben geblonken. Tot een rendez-vous komt het echter niet. Langzaam wordt het tijd mijn hengel uit te werpen, want de vakantie is haast ten einde. Ik begin te reageren op haar FaceBook berichten, in mijn beste Duits.
Op 31 mei spelen wij bij Zorbas Island te Kokkini Hani, alwaar ik recht tegenover haar kom te zitten tijdens de voorafgaande maaltijd. Zij is op doorreis en zal het optreden des avonds niet meemaken. Ze verspreekt mij echter de volgende dag onze einduitvoering bij Lambros te Tertsa bij te komen wonen, dewelke zal plaatsvinden op de laatste avond voor ons vertrek. Fotograaf Jaap van de Gevel heeft de vibraties al gevoeld, getuige onderstaand plaatje.
1 juni 2012
Terdege zijn wij er ons beiden derhalve van bewust, dat het onze laatste kans is elkaar nader te leren kennen. Zij is gezeten, zonder enig ander gezelschap, aan een tafeltje onder een gedeeltelijk wit geschilderde tamarisk, hierna te noemen: de Boom der Kennis. Ten anderen zijde van een kleine open ruimte, gedeeltelijk verschanst achter een lijvige basgitaar, is mijn magere gestalte te onderscheiden, zenuwachtig schuivend met de voorwerpen op tafel. Het is niet eerder dan na het aanheffen van het laatste lied voor de pauze
Mijn hart is groot
mijn hutje klein
behalve jij en ik
past er niemand anders in.
Mijn deken
is voor twee personen
waarvan de refreinen door ons beiden eendrachtig worden meegezongen en wel uit zulk een volle borst dat elke mogelijke twijfel over ons beider intenties terstond is weggenomen, dat ik op stoute schoenen de kleine open ruimte oversteek, aankoersend op de Boom der Kennis. Voluit geschreven: de Boom der Kennismaking.
Terugrijdend naar Mirtos, over het acht jaar oude macadam van de Theodromos, zittend op de achterbank van Hans’ kleine huurauto, scheidt ons slechts mijn grote basgitaar, de hals schuin naar achteren. Aarzelend vinden zich onze handen, verscholen onder het zwarte Tolex van de softcase. Tussen ons begint een gelijkfasige wisselstroom van energie te lopen die nooit meer zal ophouden.




