Tempus Vitae
maanwind
de Ford Cortina
In die tijd bevond zich de economie nog in een opwaartse spiraal, leidend tot een trage toename in bestedingsruimte en consumptiebereidheid. Vader kon zich een auto veroorloven. Met veel moeite had hij in 40 lessen zijn bewijs van rijvaardigheid verworven, zich met name verslikkend in het theoretische deel. Hij was immers een man van daden, hoewel zijn woorden zelden spaarzaam waren. Enige malen had hij in een gehuurde wagen zijn kunsten vertoond, maar zulks was eigenlijk geldverspilling. Van Oom Berend overnam hij de tweedehands Ford Cortina Mk1 1200 Deluxe, een in Engeland ontwikkeld model met een Amerikaanse flair, dewelke zich uitte in vloeiende lijnen en een taps uitlopende welving van het zijpaneel, uitmondend in het iconische cirkelvormige achterlichtcluster, dat wel iets weg had van een omgekeerd Mercedes logo. Mij kwam de vorm ergens als een raket voor, en ook als een strijkijzer. De in de lengterichting geplaatste viercilinder had een enkele bovenliggende nokkenas en bracht bij 5000 toeren 48 paardenkrachten naar de achterwielen. Met deze wagen beleefden wij onze eerste kampeervakanties.
nachtspiegel
Beide ouders, de vijf kinderen en somtijds enkele vrienden hadden plaats in deze automobiel. Mijn zetel was een kussen bovenop de handrem en mijn lieve broertje Johan zat bij Moeder op schoot. In nauw overleg met Vader koos ik de meest geschikte overbrengingsverhoudingen van de versnellingsbak, daarbij als een boss de lange pook hanterend. Op een imperiaal waren de matrassen gesjord, met als bekroning het houten keukenkastje, gedacht als basis voor het driepits gietijzeren kooktoestel, dat geschikt was gemaakt voor het hoogcalorische propaan. Zichtbaar voor eenieder was de wit geëmailleerde nachtspiegel met de blauwe rand, die achteloos was opgehangen met een eindje touw. Een tafereel dat men eerder in India of Bangladesh zou verwachten aan te treffen. Beschaamd trachtten de oudsten zich te verbergen, doch werden gehinderd door de dikke laag beddengoed die op de achterbank was uitgespreid en hen tot zitplaats diende. Over de bodem waren potten, pannen, servies en klein gerei verdeeld, onder de voorstoelen bevonden zich 20 kg aardappelen. “Wat een pakkelarie” schamperde Opoe, die twee wereldoorlogen had meegemaakt en zich verheugde op een langzaam doorbrengen van de tijd bij haar zuster Anna te Thesinge.
Bergzicht
Snel ging de tijd voorbij op weg naar ons reisdoel: de Chr. Camping Bergzicht nabij Ommen. Binnen het uur bereikten wij “de ideale bestemming om als christen te genieten van ongerepte natuur en vrij buitenleven, omringd door lidmaten van gelijke gezindte en ver weg van seculiere ijdelheden”. Met op zondag een preeklezing en samenzang, en droppings voor de jeugd. De camping was met name bevolkt door Vrijgemaakten, die van heinde en verre kwamen aanreizen. Daardoor maakten wij kennis met medegelovigen uit het hele land, een ieder met zijn eigen tongval en regionale eigenaardigheden. De sfeer was vriendelijk, gemoedelijk en behulpzaam, geenszins overdreven vroom. Iedereen had alle tijd.
hoekstuk
Reeds tijdens het oprijden van het voormalige weiland trokken wij de algemene aandacht met ons hoog opgeladen, slapgeveerde en zichtbaar gedateerde voertuig, dat bijwijlen vervaarlijk kantelde op de ongelijke grond. Was eenmaal duidelijk dat wij geen verdwaalde Turken waren, dan kwam er van alle kanten hulp, zij het veelal slechts in de vorm van mondeling advies. Dewijl de toegelopen mannen hun sigaretten rolden, wijdde ik mij bereids aan het ordenen van de door Vader in een kakofonisch concert van gekletter op het veld uitgestorte ongelabelde tentstokken. Deze kwamen in soorten en maten en met uiteinden van beiderlei kunne, te onderscheiden aan het verende lipje, dat zich bij een succesvol samenkomen soepel in de opening van de andere sekse voegde. Bij de hoekstukken varieerden de verbindingen in aantal, geslacht en orientatie, daarmede hun positie onthullend in de uiteindelijke metalen contraptie, waarvan de blauwdruk zich allengs in mijn geest begon te vormen. Zelfbewust plaatste ik het vijfvoudige nokstuk in het midden, de driepunters op de hoeken en daartussen de delen die leken op een gebogen kruis, immer met het vrouwelijk deel naar onderen wijzend, de tijd beidend tot de vervulling van hun bestaan.
de tabernakel
Gaandeweg begon een goedkeurend gemompel op te stijgen uit het rokend manvolk, dewijl zich op het zoetgeurend raaigras de contouren begonnen te openbaren van een dakvormige structuur. Hun peuken uittrappend in de vette klei legden enkelen met klaarblijkelijke kennis van zaken de negen palen gereed, die aanstonds het geraamte stapsgewijs in de lucht zouden verheffen. Anderen maakten zich verdienstelijk door de canvas haringzakken te bevrijden van hun inhoud, die bestond uit halfronde 40 cm lange stalen grondpennen die aanstonds ons tijdelijk verblijf een stevig houvast zouden bieden in de leemhoudende bodem. Goeie grond voor aardappels, mompelde Vader voor zich heen, bedachtzaam zuigend aan zijn eeuwige sjekkie. Gemeenzaam brachten wij het staketsel omhoog, de ijzeren benen gevouwen op halve lengte. Eerst nu ontplooide zich in al haar glorie de stormvaste huif, bestaande uit oranje Ten Cate katoen met een gewicht van 340 g/mᒾ en driedubbel gestikt op de naden. Niet eerder dan dat het doek met vereende krachten en grote zorg was gedrapeerd en uitgericht, betraden vier kloeke mannen in gebogen houding het interieur om de tent op hoogte te tillen. Nog geen half uur had het gekost om onze tabernakel op te richten. Onze bewoning voor twee ontspannen weken waarin de tijd geen einde leek te nemen, een eeuwigheid van vrije blijheid.
en God zeide
God zelf definieerde onze tijdrekening in dagen. “En het was avond geweest, en het was morgen geweest, de tweede dag”, waren Zijn woorden, waarmede Hij bepaalde dat één draaiing van een planeet om zijn as een dag wordt genoemd. De maan, altijd met dezelfde kant naar de aarde gericht, doet daar 29,5 aardse dagen over. Wil men tijdens zijn vakantie op de maan 14 maal de zon zien opgaan - vooropgesteld dat adequaat verwarmde behuizing voorhanden is - dan dient men daar bijna twee aardse jaren verlof voor op te nemen. In dit licht bezien was de missie van Apollo 11 een bliksembezoek. In de tijdrekening van de maan - Tempus Lunare - stond de landingsmodule 44 minuten op haar oppervlak, waarvan er 6 werden besteed aan een korte vertreding.
een kleine stap
Het was maandag 21 juli 1969 om precies 03:56 (Nederlandse aardetijd) toen Neil Armstrong zijn beroemde been uitstak op de ladder met de kleine treden. De kantine van Chr. Camping “Bergzicht” had de deuren geopend ter gelegenheid van de live-uitzending via satelliet, die was bij te wonen op een bescheiden zwart-wit televisie die hoog boven het buffet was opgehangen. In de walm van rokende mannen was ik op een barkruk geklommen om de piepkleine, traag bewegende figuurtjes beter te kunnen onderscheiden. “We hebben contact” en “Floep, de Eagle verschijnt”, riep verslaggever Henk Terlingen - bijgenaamd Apollo Henkie - toen de eerste verzwommen beelden opdoemden uit de statische ruis. Zijn enthousiaste kreten, afgewisseld door de lijzige stem van een onverstoorbaar in zijn eigen wetenschappelijke kennis zwelgende Chriet Titulaer, kon men tot buiten horen. In super-slow-motion zag ik Neil en Buzz de Star Spangled Banner hijsen, die wapperde in de verkoelende maanbries. Een seismometer werd geplaatst, handig voor het detecteren van mogelijke maanbevingen. Een retroreflector, een spiegeltje eigenlijk, zou van pas komen bij het meten van de afstand tot de aarde, die aanzienlijk kan fluctueren - zo’n 10 procent, wist ik. Nog wat andere zaken lieten ze achter in het fijne zand, volgens mij stiekem ook een Bijbel. Twee uren en eenendertig minuten hadden twee mannen nodig voor een paar onnozele klusjes, die Vader met gemak in vijf minuten alleen had geklaard, met dezelfde sigaret nog in de mond. Blijkbaar was de tijd niet voor iedereen gelijk.
tijd van leven
Teruggekomen kwam ik voor het eerst in aanraking met een andere tijd - die van het leven. Dia van Biessum, een klasgenootje, was bij een verkeersongeval uit het leven gerukt, op de dag van haar negende verjaardag. De klas, de hele school en de kerkelijke gemeente, wij waren met stomheid geslagen. Natuurlijk werd hulp geboden in de vorm van troostrijke woorden uit de Heilige Schrift en de Drie Formulieren, maar het feit dat het leven eindig is werd voor het eerst op pijnlijke wijze voelbaar. Reeds stelde ik mij vragen bij de opstanding na de dood, en de wreedheid en volstrekte willekeur van het gebeuren deden mijn Godsvertrouwen geen goed.
hekkensluiter
Velen zullen er nog volgen, dichtbij of verder van mij af. Altijd gaat zo’n moment gepaard aan groot of klein verdriet. Elk nieuw verdriet brengt weer een herinnering aan het voorgaande en wordt dieper, maar ook universeler. Is het niet uiteindelijk de hele mensheid, inclusief onszelf, om wier sterfelijkheid wij wenen? Een ieder van ons is de hekkensluiter van zijn eigen lange rij, aanvankelijk dunbevolkt, maar naarmate de jaren verstrijken verdringen zich de kandidaten. Ergens in deze rij, meestal na het midden, bevinden zich onze beide ouders. Wij worstelen onhandig met het hek om ze door te laten en een stukje breekt van ons af, oplossend in het oneindige. Een vergelijkbaar of soms aanzienlijk groter gedeelte wordt achtergelaten door onze dierbare, teneinde plaats te nemen in het hart, dat zachter wordt en in volume toeneemt om ruimte te maken. Daarbij wordt het transparanter aan beide zijden. Groeiend in empathie, maar ook in kwetsbaarheid.
Tijd is bij de mens geen constante factor, had ik ervaren. En dat ze beperkt is in lengte. Voldoende grond om mij met hernieuwde ijver te storten op mijn studie van het alles. Ruimtevaart en astronomie, vanzelfsprekend. Mechanica en elektriek. De cyclus van de viertaktmotor. Maar ook, haast onbewust, een observerend onderzoek naar de mens en zijn sociale verhoudingen. Langzaam begon mijn nerd-gedrag een beetje af te nemen.



