De Curru et Pluvia
turkenbak
Al met al denk ik dat ik zo’n 50 maal per jaar naar Heraklion en terug rijd. In de winter dus helemaal niet, en daarom lijkt het nu, in de drukke tijd, of ik iedere andere dag derwaarts tijg. In de laatste drie weken is dat ook echt zo.
Kort nadat ze uit Australië terugkomt, moet Lizzy naar Nederland. Haar broer is terminaal ziek. Dit is de laatste kans om hem te zien. Aan mij de taak haar naar de luchthaven te rijden, en wel in haar eigen Turkenbak.
De Fiat Albea is in Nederland nooit verkocht. Ze werd in Turkije geproduceerd en was bedoeld voor de Oost-Europese markt. Ze is een middelgrote sedan met een enorme kofferruimte. De motor is niet heel zuinig, maar enorm soepel. Het is een genot met deze auto de bergen omhoog te rijden. Naar beneden niet, maar daarover later! In het begin van ons millennium is de Albea zeer gewild als taxi in Turkije, en als huurauto in Griekenland.
In een dergelijk vehikel bevinden wij ons en we verpozen ons aangenaam tijdens de aanrit naar de luchthaven. Het voorspelde noodweer zijn wij uren voor. Soms komt het tot een spontane uitwisseling van gedachten, maar meestentijds zwelgen wij in een gemeenzaam zwijgen. Onder langjarige vrienden is zulks immers het grootste genot. Desondanks komen de essentiën aan bod, en na een uur en een kwartier kan ik Lizzy in goede gezondheid aan de airport afleveren.
Blijmoedig de terugreis aanvaardend, kom ik gaandeweg binnen het bereik van het beginnende noodweer. Reeds in Peza plenzen mij de dikke druppels op de ruit, en algedurig moet ik de frequentie van de ruitenwissers opvoeren, teneinde mij een duurzaam helder zicht te kunnen waarborgen. Er komt een serieuze hoeveelheid water naar beneden. Ik begin de snelheid van het voertuig te matigen.
Al te goed is mij immers het Fenomeen van de Eerste Regen bekend. Jaren tevoor ben ik komen te glijden in de Fiat Punto van Ruud, om het aan den lijve te ondervinden. In de meer dan zes maanden dat het niet regent, verzamelt zich een vette laag in het asfalt, die bij de eerste regen vrijkomt. Alsdan wordt de weg glibberig en glad als ijs. Na een forse regenbui is het ook weer weg. Destijds was het de scherpe bocht achter Mournies die mij in een pirouette van 360 graden deed belanden. Met de schrik in de benen kwam ik ervan af.
Terdege ben ik derhalve voorbereid op gladde plekken in het wegdek, en begin aan de matige afdaling voorbij Pefkos. Aldaar verlies ik de macht over het stuur.
Daar waar de weg zich scherp naar links en schuin naar beneden buigt, blijft het voertuig volharden in een lineaire vector, een ongewisse toekomst tegemoet. Na een voorzichtige aanraking van het rempedaal blokkeren zich alle vier de wielen, waarmede het voltallig arsenaal aan bedieningsorganen terstond zijn functie verliest.
Tijdens eerdere slippartijen, voornamelijk in winters Nederland, heb ik proefondervindelijk kunnen vaststellen dat het mee- cq tegensturen in een glijdende automobiel nog enigszins mogelijk is, te vergelijken met het roer van een boot. Op verkeersarme brede weggedeelten bracht ik mijzelf dikwijls moedwillig in een slip, met het oogmerk mij als autodidact deze belangrijke en vaak levensreddende technieken eigen te maken.
Thans zijn er twee factoren geïntroduceerd, met dewelke ik niet geoefend heb: de rol van de zwaartekracht op een hellend vlak, die geenszins bijdraagt aan de op dit moment zeer gewenste vertraging, alsmede de stagnatie in de rotering der velgen, die alle bewegingen aan het stuurrad ten enen male tot vruchteloze pogingen reduceert. In dier voege wordt mijn strategie er een van lijdzaam afwachten.
Aan mijn geestesoog voltrekt zich reeds een aaneenrijging van gedenkwaardige scènes uit een min of meer gelukkig leven, dat aanstonds op onzachte wijze lijkt te worden beëindigd. Ik begin een gebed te formuleren aan de Allerhoogste, eerstens ter vergeving van mijn talloze zonden en misstappen, en vervolgens tot zegening van mijn vrouw, mijn kinderen, mijn ex en andere nabestaanden.
De afwezigheid van een vangrail geeft mij enige hoop. Logischerwijs kan men aannemen, dat het Griekse ministerie van Verkeer en Waterstaat inmiddels de meest steile afgronden met een dergelijke voorziening heeft beveiligd. Veel zekerheid is er niet, daar er achter de rand van de weg niets anders valt waar te nemen dan een gapende leegte. Men kan slechts gissen wat zich daar bevindt: bomen, een muur, opstallen van onbekende hardheid of achtergelaten, dan wel eerder verongelukte voertuigen. In elk geval, een kerk.
Plotseling beginnen de voorwielen hun grip te hervinden. Enige tientallen milliseconden later kan ik vaststellen, dat ook het remsysteem weer in werking is getreden. Met een korte draai weet ik het voertuig tot stilstand te brengen. In één beweging ben ik ook buiten en neem mij de situatie in ogenschouw.
Ik bevind mij op een haast horizontaal talud, bedekt met grind en gravel. Enige meters verder gaat het steil naar beneden. Inderdaad zijn er enige bomen en ook een kerkje. Hetgeen mij ook niet verbaast. Mij gaat een zucht van opluchting door de leden vanwege deze gelukkige verlossing uit mijn benarde toestand. In mijn inborst ontspringt een dankwoord aan mijn Beschermengel en ik neem me heilig voor de rest van mijn leven ten volle te genieten, maar dan wel in alle voorzichtigheid.
Met uiterst gematigde snelheid vervolg ik mijn weg. Er zijn nog zo’n 21 haarspeldbochten te gaan tot aan Mirtos. Het rempedaal mijdend en slechts vertragend met de motor slaag ik erin veilig thuis te komen. Alwaar ik het barrel afdraag aan Nikos, de plaatselijke mecanicien, voor een grondige inspectie der banden en remmerij. Lizzy haal ik een week later weer op, met onze eigen auto (schijfremmen rondom, ABS, nieuwe banden). Haar broer is inmiddels overleden.



