Amicus alter
in zak en as
De tweede vriend
Nieuwe wijk, nieuwe school, nieuwe vriend. De verdeling der gereformeerde kinderen over de beide gereformeerde scholen was topografisch bepaald. Elze bleef achter in de eerste. Ik sloot vriendschap met Johan Kingma, voor een periode van twee jaren met een uitloopmogelijkheid naar drie.
Mijn treinen en sporen waren van het merk Märklin. Elze Meems reed met Minitrix, een merk waar wij eigenlijk op neerkeken. Johan had een emplacement van Fleischmann. Ook fijn spul, maar helaas: gelijkstroom. Deze merken waren niet compatibel. Huisjes, stations en andere gebouwen waren veelal van Faller en konden in alle scenario’s dienst doen. Allen werkten wij immers in schaal H0, hetgeen betekent: een schaal van 1 op 87.
Bergen, dalen en tunnels waren opgetrokken uit fijn kippengaas, bekleed met papier-maché en aangestreken in natuurlijke tinten. Wegen en paden, zowel als parken en pleinen, werden besmeerd met witte houtlijm, om ze vervolgens te bestrooien met een poeder in de corresponderende kleur. Bosschages en andere begroeiing werden gesimuleerd met IJslands mos, met tussenin enige plastic bomen. Doorheen deze zelfgebouwde virtual reality zoefden onze locomotieven, middels automatische koppelingen verbonden met een veelheid aan wagons. Met schakelrails en relais onderbraken wij zonder menselijke interventie de spanning op cruciale baanvakken, zodat de treinstellen bij kruisingen en wissels op elkaar wachtten.
Vele uren brachten wij op deze wijze spelend door, zij het bij mij op zolder, dan wel in een kamer te huize Kingma. Een warme vriendschap ontwikkelde zich. Die mij uiteindelijk te warm werd.
Dr. Vogel
Het gezin Kingma had zich nog geen honderd meter van ons huis gevestigd, op de Paganinilaan 28. Beiden werden wij kind aan huis bij de ander. Beiden kwamen wij daardoor ook in aanraking met een andere cultuur, een andere levenswijze.
Voor lunch en diner schoven wij vrijwel dagelijks bij elkaar aan, en dan lagen de verschillen op tafel. De broodmaaltijd, bij ons altijd een worst-kaas-scenario, was bij de Kingma’s een kleurrijk gebeuren van Vegemite, linzenpaté en kokosbrood. Bij het warme eten kwam rijst met de schil er nog om. Er waren peulvruchten waarvan ik de naam niet kende. De gesprekken aan tafel, hoewel niet van wetenschappelijk niveau, waren aangenaam en onderhoudend, en verschaften mij vele nieuwe inzichten. Johan had nog twee oudere zusters, met wie ik mij goed kon verstaan. Op dezelfde manier voelde Johan zich thuis bij ons, als een lid van de familie. Er ging geen dag voorbij dat wij niet met elkander optrokken.
Hoewel de beide ouders Kingma zonder twijfel in God geloofden – zij togen immers zonder verzaken des zondags tweewerf vroom ter kerke – vereerden zij nog een andere god voor Zijn heilig aangezicht: dr. Alfred Max Vogel. Zijn boekje Der kleine Doktor was hun catechismus. Voor een veelheid aan kwalen was er in dit vlugschrift een remedie te vinden, gebaseerd op natuurgeneeswijzen, kwakzalverij en homeopathie. Het licht dezer aanvullende evangeliën werd niet onder de korenmaat1 geschoven. Met liefde en milde drang verspreidden zij het onder vrienden en bekenden. Empathisch en invoelend deelden ze belangeloos en zonder terughouding hun helende kennis en heilzame smeersels met een iegelijk die daarom leek te vragen.
Voor mijn beginnende acne kreeg ik een fles Molkosan mee naar huis. Het kwalijk riekende mengsel van karnemelk en rechtsomkerende zuren verdween niet eerder in het toilet dan dat de fles door alle gezinsleden met grote argwaan en afwerende gebaren was betast en besnuffeld. Allen waren het erover eens: dergelijke duivelse drek mocht onze Jurrie niet op zijn lieve gezichtje smeren. Dr. Vogel was een charlatan, een kwakzalver, een mengsmeerder, een gruwel in Gods ogen. De oorzaak der pokdaligheid kwam immers niet van buitenaf, maar van binnenuit.
De vogel
In mij schudde een andere vogel zijn vleugels uit: de ontwakende mannelijkheid. Een kuikentje dat eerlang victorie zou kraaien, maar ook een hoop narigheid in petto had.
Thuis werd er niet vrijelijk en ronduit gesproken over zulkswat. Wierp een mijner oudere gezwisters eens langs de neus weg een balletje op, dan volgde er meestal een bijbelse dooddoener, waar wij niet veel verder mee kwamen. Steevast kwamen de Onanieten2 ter sprake, een volk van slechts één generatie.
Gelukkig kon mijn lieve broer Jacob mij verder voorlichten, en mij voorzien van stimulerende lectuur. Dergelijk drukwerk was schaars in die dagen en ging van hand tot hand, vaak in gekreukelde en bevlekte staat.
Boezemvriend Johan was in dezelfde fase beland, en gezamenlijk bewandelden wij nieuwe en onontdekte paden. Het feit dat hij besneden was, bekommerde hem daarbij niet in het minst. In de beslotenheid der badhokjes van bosbad De Wilg was hij ter demonstratie gaarne bereid zijn zelf verworven alternatieve technieken ruiterlijk te delen. Daarbij kwamen wij tot grote hoogten.
Vanitas vanitatum
Via mijn lieve broer Jacob, die bevriend was met broer Jan van de volgende, kreeg ik omgang met Joop van Dijken. Hij volgde het HAVO aan het Geref. Lyceum/HAVO te Groningen, dezelfde scholengemeenschap die ik bezocht, waaraan ik in dit artikel meer aandacht besteed. Joop had gevoel voor humor, wat ik bij Johan zo node miste. Hij zat in de juiste scene van feestjes, popmuziek en meisjes. Langzamerhand was Johan mij ook een beetje te dicht op de huid gekropen. Het voelde of ik hem elk moment om mij heen had. Ik besloot hem te dumpen.
Dit moment staat mij bij als mijn eerste moeilijke beslissing. Mijn lieve, door dik en dun trouwe vriend Johan – eenvoudig als een Amish maar recht door zee als een Viking – met wie ik alles had gedeeld tot aan de meest intieme momenten, zou ik aan de kant moeten zetten als een hoop oud vuil. Die mij onbeschroomd zijn staf had toegestoken toen ik tastend mijn weg zocht op ‘t pad des zondaars – hem keerde ik de rug toe.
Met pijn in het hart en trillende stem trachtte ik hem gevoelens te verklaren van beklemming en onvrijheid, van vernauwd perspectief en beperkte horizonten. Zijn eenvoudige en zuivere geest kon de ontijding niet bevatten. Met betraande ogen bleef hij vragen: “Maar waarom, maar waarom dan, Jurrie?”
Mij bleef niets anders dan, na het plechtig declameren van de historische frase “hier scheiden onze wegen,” mijn schouders te rechten en mijns weegs te gaan. Waarbij ik eveneens mijn tranen wegpinkte. Johan is kruipend thuisgekomen, luid weeklagend, zijn kleren gescheurd en zijn hoofd bedekt met as3.
Mattheüs 5:15-16
15 Noch steekt men een kaars aan, en zet die onder een koornmaat, maar op een kandelaar, en zij schijnt allen, die in het huis zijn; 16 Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.
De "Onanieten" als term verwijst niet naar een specifieke groep in de Bijbel, maar is een latere, onjuiste afleiding van Onans verhaal in Genesis 38:8-10. Onans zonde was zijn weigering om zijn zwagerplicht te vervullen door Tamar een kind te geven, niet masturbatie of anticonceptie. De associatie met masturbatie is een historische misinterpretatie die voortkomt uit 18e-eeuwse geschriften en niet overeenstemt met de Bijbelse tekst.
2 Samuël 13:19
Toen nam Thamar as op haar hoofd, en scheurde den veelvervigen rok, dien zij aanhad; en zij leide haar hand op haar hoofd, en ging vast henen en kreet.



